Protocol zwangerschap en vliegen

Zwangerschap is een normaal fysiologisch proces, maar gaat gepaard met grote anatomische en hormonale verandering, welke het risico op invalidatie navenant verhogen. De zwangere vliegenier moet ook de cumulatieve effecten van drukveranderingen en de stralingsbelasting voor de zich ontwikkelende foetus in overweging nemen, hoewel zij niet direct van belang zijn voor de vliegveiligheid. Aangezien vliegen een veeleisende taak is, kunnen veranderingen, welke onder normale omstandigheden slechts ongemak veroorzaken, voor een vlieger belangrijke implicaties hebben voor de veiligheid. Een vliegenier dient zichzelf ongeschikt te achten en een specialist in luchtvaartgeneeskunde (AME) te raadplegen, wanneer zij zich onwel voelt of indien een van de volgende verschijnselen zich voordoen gedurende de periode dat vliegen is toegestaan (tot 26 weken).

  1. Flauwte, duizeligheid of draaierigheid.
  2. Misselijkheid of braken.
  3. Anemie (hemoglobine 6,2 mmol/l of minder).
  4. Glucosurie of proteïnurie (suiker of eiwit in de urine).
  5. Urineweginfectie.
  6. Elke vaginale bloeding (inclusief “doorbraaksbloeding”).
  7. Buikpijn.
  8. Hoge bloeddruk

Het kan nuttig zijn om een kopie van dit blad aan uw behandelend arts of verloskundige te geven om aan uw dossier toe te voegen. Nadere inlichtingen zijn te verkrijgen bij uw keuringsinstantie.

Heronderzoek na de zwangerschap

Na de bevalling of beëindiging van de zwangerschap, kan de betrokkene weer geschikt verklaard worden, nadat een onderzoek is uitgevoerd om te bevestigen dat involutie heeft plaatsgevonden (normaal gesproken zes weken na de bevalling). Betrokkene dient zich hiervoor te melden bij de keuringsinstantie of keuringsarts.

Versie 9-3-2017

PDF